Straus jr – Die Fledermaus

De Weense violist, componist en dirigent Johann Straus sr. (1804 – 1849) was de vader van Johann Strauss jr. (1825-1899). Zijn andere zoons Eduard en Josef waren eveneens componist en violist. De familie Strauss was vooral actief in de Weense dans- en muziekzalen. Strauss jr. ook wel Strauss II, met de bijnaam Schani of de Walsenkoning, de meest succesvolste Strauss, had volgens zijn zeggen graag bij de grote componisten willen behoren. Zijn wens was om een heuse symfonie te componeren, of misschien een serieuze opera. Er waren tijden dat hij het vertikte om aan een driekwartsmaat te denken, de hartslag van een wals, en soms had hij er genoeg van om louter dansmuziek te spelen. Het grote werk wilde maar niet lukken. De serieuze klassieke componisten zouden hem altijd als een buitenbeentje blijven beschouwen. Natuurlijk, hij was miljonair en reisde met zijn orkest de hele wereld rond, terwijl de grote ‘echte’ componisten in veel gevallen weinig verdienden. Het bleef echter aan hem knagen dat hij als componist ondergewaardeerd werd.

De klassieke componist Johannes Brahms (1833 – 1897) had echter wel oor voor zijn muziek en vond An der schönen blauen Donau zelfs een meesterwerk. In 1874 was het dan eindelijk raak: Strauss’ Fledermaus zou een wereldstuk worden, al was het dan maar een operette…

Die Fledermaus is een van de meest populaire komische operettes. Het werk zit vol muziek uit de Weense muziektraditie. De hoofdpersoon uit deze operette, Gabriel von Eissenstein, gaat naar een gemaskerd bal. Op dit bal maakt hij kennis met een mysterieuze Hongaarse gravin, in wie hij zijn eigen vrouw niet herkent. Hoogtepunten: Een machtige Ouverture, en verder de aria’s So muss alein ich bleiben, Mein Herr was dachten Sie von mir, Ich lade gerne mit Gäste ein, Mein Herr Marquis, Im Feuerstrom der Reben, Fledermaus wals en Ja, ich bin’s den Ihr belogen.

STRAUSS JR DIE FLEDERMAUS NUMMER 451