Locatelli – Vioolconcerten

Pietro Antonio Locatelli (1695 – 1764) was een Italiaans vioolvirtuoos en componist die zich rond 1730 in Amsterdam (Prinsengracht 506) vestigde waar hij tot zijn dood zou blijven. Behalve lesgeven en componeren handelde hij in snaren en was werkzaam als corrector bij een muziekuitgever. (Amsterdam was rond 1700 een belangrijk centrum van de muziekdrukkunst). Hij gaf zijn eigen composities uit. Locatelli, leerling van de beroemde Corelli, was eveneens een verwoed componist van het Concerto Grosso. Vandaag de dag worden zijn Concerti Grossi nog dikwijls uitgevoerd. Ook componeerde hij meesterlijke vioolconcerten die hij samenbundelde in L’arte del Violino. Niemand minder dan duivelskunstenaar, de violist Nicolo Paganini (1782-1840) ging in zijn virtuoze spel uit van L’arte del Violino (De kunst van het vioolspel) uit 1733 van Locatelli.

Honderden concertjes werden er geschreven in de tijd van Locatelli. Het was een mode om Concerti Grossi te componeren. Het betreft hier een van oorsprong Italiaanse kunstvorm. Grote componisten als Corelli (1653 – 1713) en Vivaldi (1675 – 1741) liepen daarbij voorop, maar tientallen kleinere meesters beheersten deze muziekvorm eveneens. Ook Händel (1685 – 1759) en later Schnittke (1934 – 1998) beoefenden het Concerto Grosso.

Het Concerto Grosso bestond uit een strijkersensemble (het orkest) dat afwisselend speelde met het concertino, meestal een drietal strijkinstrumenten met basso continuo (klavecimbel en cello). Dus groot tegenover klein. Luchtige muziek als vraag en antwoord, echo, hard/zacht (clair obscure) en dergelijke ontstonden op die manier. Later kon het concertino ook bestaan uit bijvoorbeeld blaasinstrumenten.

LOCATELLI VIOOLCONCERTEN NUMMER 346