Debussy – Prélude à l’après midi d’un faune

‘Claude de France’ noemde meneer zich zelf. Een ietwat pocherige naam, maar misschien had hij het verdiend. In ieder geval was hij de uitvinder van de nieuwe Franse muziek, het impressionisme, al had hij zelf een gruwelijke hekel aan deze term. Muziekwetenschappers laten veelal de nieuwe klassieke muziek bij Debussy beginnen en dan met name bij het stuk Prélude à l’après midi d’un faune (Middagslaapje van een faun), een symfonisch gedicht uit 1892. Geen kleinigheid dus.

Claude Debussy (1862- 1918) rekende af met de heersende Germaanse traditie. In plaats van de soms bombastisch muziek van Richard Wagner (1813 – 1833) gebruikte hij liever lichte Spaanse, Javaanse, en exotisch aandoende klanken. Geïnspireerd door collega kunstenaars als Monet, Manet en Cézanne, allen schilders van het licht, van het impressionisme, sloeg Debussy toe en maakte eveneens lichte, mistige, impressionistische muziek met een voorkeur aan houten blaasinstrumenten, harpen, gedempte trompetten en zacht klinkende strijkers.

Wakker geworden door de brandende zon en dan ook nog eens uit een mooie droom ontwaken. Een droom waar je alleen maar van dromen kunt, eentje van liefde en hartstocht en meer van dat moois. Jammer voor de faun maar het was niet anders. In dit eerste grote impressionistische muziekstuk volgt de muziek niet de tekst (van de dichter Stéphane Mallarmé 1842 – 1898), maar probeert de componist van het verhaal een eigen sfeer te scheppen. Let bij het luisteren vooral op het begin, het ontwaken van de dromerige faun, gespeeld door de dwarsfluit.

DEBUSSY PRÉLUDE À L’APRÈS MIDI D’UN FAUNE NUMMER 155