Haydn – Pianosonates

In de jaren zeventig van de achttiende eeuw werd het klavecimbel langzaam maar zeker verdrongen door de pianoforte (of hammerklavier), een instrument waarbij hamertjes tegen de snaren slaan. In de tijd van Joseph Haydn (1732 – 1809) en Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791), de Klassieke periode (Classicisme) kwam de Pianosonate (Klaviersonate) in opgang. Een belangrijk voorloper van de twee genoemde componisten was Domenico Scarlatti (1685 – 1757), die een kleine zeshonderd Pianosonates schreef. Men kenmerkt de Pianosonates van Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) als absoluut hoogtepunt. Zowel Mozart als Beethoven hadden les van Haydn.

De Pianosonates uit de tijd van Haydn en Mozart zijn drie- of vierdelig, meestal abstract (absolute muziek) van opzet, en herbergen een veelheid aan virtuositeit. Tussen de jaren 1766 en 1795 componeerde Haydn ruim zestig Pianosonates. Hij schreef ze voor begaafde amateur pianisten, terwijl Mozart de sonates voor eigen gebruik of voor zijn leerlingen schreef. Haydn was zeker geen super pianist zoals Mozart dat was. Vergeleken met Mozart bevatten de Pianosonates van Haydn doorgaans weinig virtuoze passages (uitzonderingen daargelaten), en doen daarom relatief eenvoudig aan. De melodische lijnen zijn echter vaak een lust voor het oor. De overgrote meerderheid staan in een majeur toonsoort.

Opmerkingen over de Haydn Pianosonates: Charmant – Verrassend – Humoristisch – Sprankelend – Betoverend – Speels…

Zeer geliefde Pianosonates van Haydn zijn: nr. 24 in D – 31 in As – 33 in c mineur – 47 in b mineur – 52 in Es – 59 in Es – 60 in C – 62 in Es

Basisvorm van de (piano-) sonate: drie delen te weten 1 – expositie 2 – doorwerking 3 – reprise. Expositie is als een verhaal met een opening. Meestal twee thema’s, A en B. Doorwerking met nieuw en gevarieerd materiaal uit A en B uit de expositie. Reprise is de herhaling van de opening van de compositie. Na de Reprise volgt meestal een staartstukje, het Coda.

HAYDN PIANOSONATES NUMMER 545