Offenbach – Orfeo

Jacques Offenbach (1819-1880) stamde uit een joodse familie. Zijn vader was cantor van een joodse gemeente in Keulen. Als jongen vertrok Jacques naar Parijs. Zijn grote liefde was het theater. Hij schreef meer dan honderd opera’s waarvan Orfeo ongetwijfeld de beroemdste is. Toen de nazi’s in 1933 in Duitsland aan de macht kwamen, was het afgelopen met de uitvoeringen van de populaire muziek van Offenbach. (Er zijn verschillende benamingen rond Offenbachs zangspelen. De één spreekt over een operette, de ander over een opera. Orpheus van Offenbach wordt ook wel een theateropera genoemd of een dansopera).

Orphée aux Enfers (Orpheus in de onderwereld ) uit 1858 is de eerste grote opera van Offenbach. Het is een bundeling van eerdere kortere werken en liederen. De opera is een voorbeeld van de meeste zangspelen van Offenbach: maatschappijkritisch, scherpe persiflages, actuele liederen en kritiek en persiflage op de tijdsomstandigheden met name de crises in Duitsland. De opgepoetste versie laat lyrische liederen horen, koren en grootse parodieën, een meeslepende wals, en een gewaagde cancan. Dit alles voorafgegaan door een juweel van een ouverture.

Het oorspronkelijke verhaal uit de Griekse mythologie werd als volgt door Offenbach bewerkt: Pluto, de god van de onderwereld begeeft zich vermomd als koopman naar de aarde om Eurydice, de vrouw van Orpheus, directeur van het conservatorium in Thebe te schaken en mee te nemen naar de onderwereld. Jupiter wordt ingeschakeld om als rechter op te treden en achter de waarheid te komen. Hij verandert zich in een vlieg en het lukt hem om bij Eurydice te komen. Jupiter wordt op slag verliefd op haar. Hoogtepunten: Amour divins Paris, Au mont Ida, Dis-moi Venus en Oui c’est rêve.

Een ander bekend werk van Offenbach is de sublieme opera Les Contes d’Hoffmann (Hoffmanns vertellingen) uit 1881.

OFFENBACH ORFEO NUMMER 384