Paganini – Capriccio’s

Samen met de pianist en componist Franz Liszt (1811-1886) wordt de Italiaan Nicolò Paganini (1782-1840) de grootste virtuoos van zijn tijd genoemd. Opvallend hieraan is dat de twee zich zeer dominant en zelfs heroïsch tegenover de buitenwacht opstelden. Ze wisten dat zij de besten waren, de goden van de muziek. Hun concerten kenmerkten zich door massahysterie en beide componisten werden aanbeden door duizenden fans. In hun tijd waren zij popsterren.

Een heksentoer voor elke violist, de 24 Caprices van Nicolò Paganini, gecomponeerd tussen 1810 en 1820. Ga d’r maar aan staan als violist: strijken, tokkelen, slaan, dubbelgrepen en wat al niet. Paganini, de duivelskunstenaar, heeft het zijn volgelingen niet gemakkelijk gemaakt.

Paganini wordt de grondlegger van het moderne vioolspel genoemd. Componisten tijdens of na zijn leven vochten om een thema van deze wonderbaarlijke en eigenaardige Italiaan om er vervolgens variaties op te schrijven. Paganini werd dan ook door de meeste componisten op een voetstuk geplaatst.

De 24 Caprices werden in 1820 in Venetië gepubliceerd onder de naam Ventiquatro Capricci per violino solo opus 1. Voor een gewone violist waren de stukken praktisch onbespeelbaar. Alleen de meester zelf bracht de capriolen tot een goed einde. Maar of de acrobatische stukken voor het publiek oorstrelend waren valt te betwijfelen. Capriccio nummer 24 in a mineur is de laatste en tevens de meest bekende. Het bestaat uit een thema, 11 variaties en een finale. Het wordt beschouwd als het meest veeleisende stuk ooit geschreven voor viool. Op het beroemde Capriccio in a mineur componeerde Serge Rachmaninov (1873-1943) zijn Rapsodie op een thema van Paganini.

Paganini weigerde op zijn sterfbed te biechten en de Heilige sacramenten te ontvangen. Niet verwonderlijk voor iemand die van de duivel bezeten was…

PAGANINI CAPRICCIO’S NUMMER 495