Puccini – Il trittico

Giacomo Puccini (1858 – 1924) was een van de meest geliefde operacomponisten na de roemrijke periode van Rossini, Verdi en Wagner. Puccini, die uit een muzikaal nest kwam, kreeg van een oom zijn eerste muzieklessen. Via de muziekschool van zijn geboorteplaats Lucca bezocht hij het conservatorium van Milaan. Als aankomend musicus werkte hij als kerkorganist. Na een aantal weinig succesvolle opera’s schreef de 35 jarige Puccini zijn eerste meesterwerk Manon Lescaut. De succesformule was gevonden. Drie opera’s volgden: La Bohème (1896), Tosca (1900) en Madame Butterfly (1904). Puccini schreef zijn muziekdrama’s in het zogeheten verisme (= Op waarheid berust. Het leven en situaties van gewone mensen).

In 1918 ging in de Metropolitan in New York de operacyclus Il trittico (De triptiek) van Puccini in première. Drie eenakter-opera’s waarvan de componist hoopte dat ze niet los van elkaar gespeeld zouden worden. Deze hoop is niet uitgekomen, want het komt regelmatig voor dat er een of twee van de drie los van elkaar uitgevoerd worden. De titels van de drie eenakter-opera’s zijn: Il tabarro (De mantel), Suor Angelica (zuster Angelica) en de meest geliefde van de drie Gianni Schicchi.

Il tabarro is een heuse thriller. Michele haalt aan zijn ex vrouw Giorgetta herinneringen op aan hun mooie tijden. En hoe zijn mantel haar beschermde tegen de kou en ander ongerief. Giorgetta gaat echter niet in op zijn avances. Ze is nu met Luigi, haar nieuwe liefde. Later toont ze spijt en komt naar Michele terug. Maar het is te laat, uit jaloezie heeft hij Luigi om het leven gebracht.

Suor Angelica is als non ingetreden in het klooster. Zij draagt een geheim met zich mee. Als ongehuwde moeder heeft zij een zoon die ze, om schande te voorkomen af heeft moeten staan. Een tante komt haar opzoeken en vraag een handtekening om afstand te doen van haar erfenis. Angelica stemt toe op voorwaarde dat ze haar zoontje mag zien. Deze is volgens de onsympathieke tante gestorven. Angelica tekent en stort in, waarna ze zelfmoord pleegt. Net voor zij sterft verschijnt de Heilige Maagd Maria met het zoontje in haar armen.

Voor velen is de derde eenakter, Gianni Schicchi, het hoogtepunt van de operacyclus. Het komische verhaal brengt ons naar een hebberige familie op zoek naar een erfenis van de zojuist overleden Buoso. De familieleden doorzoeken het huis in de hoop het testament te vinden zodat ze dit nog kunnen aanpassen in hun voordeel. Hun namen worden echter niet genoemd. Er wordt een buurman (Gianni Schicchi) ingeschakeld die als zogenaamd stervende op bed gaat liggen. De buurman dicteert aan de notaris een nieuw testament. Hij noemt tot grote schrik van de familie zijn eigen naam als enige erfgenaam.

PCCINI IL TRITTICO NUMMER 718