Strauss – Metamorphosen

Richard Strauss werd geboren in München. Hij was de zoon van Franz Strauss, een beroemd hoornist in de negentiende eeuw. Al op jonge leeftijd kreeg Richard les in piano en viool. Na zijn gymnasiumopleiding besloot hij muziek te gaan studeren. Richard Strauss werd een van de grootste componisten van de laatromantiek. Bovendien werd hij een topdirigent. Vaak wordt hij in één adem genoemd met klankmeesters als Mahler en Bruckner, doch men vergeet daarbij de veelzijdigheid van deze componist. Strauss’ oeuvre omvat een schat aan liederen, symfonische gedichten, opera’s, hoornconcerten en de Metamorphosen voor drieëntwintig strijkers.

Metamorphosen in c mineur (1945) is een langgerekt adagio, dat een serie dieptreurige stemmingsbeelden bevat. Deze instrumentale klaagzang geldt als het laatste grote werk van Strauss. Diep in de bassen hoor je klanken uit de begrafenismars uit Beethovens Symfonie 3, bijgenaamd Eroica. Het lijkt alsof de componist dikke tranen weent over zijn verwoeste Duistland en de teloorgang van de Duitse muziek. ‘Mijn mooie Duitsland is veranderd in een puinzooi’, zou de terneergeslagen Strauss na de Tweede Wereldoorlog gezegd hebben. Strauss kon het absoluut niet verkroppen dat behalve de vernietiging van zijn land ook het gehele cultuurgoed vrijwel geheel was verdwenen. De man die door Hitler zelf het land was uitgekegeld omdat hij zou samengewerkt hebben met joodse musici en tekstschrijvers, werd ook nog eens door de buitenwereld op de zwarte lijst gezet vanwege zijn vermeende politieke praktijken.

STRAUSS RICHARD METAMORPHOSEN NUMMER 417